zondag 18 februari 2018

C: "Meester Tonicum" tegen griep.

Ik blijf nog even in de Mierikswortel-sfeer want nu ik weer eens een flink gedeelte daarvan uit m'n moestuin heb geoogst en een gedeelte ervan vorige week heb gebruikt voor het maken van bereide Mierikswortel, bleef er nog steeds meer dan genoeg over om óók weer eens een grote portie Meester Tonicum (oftewel Master Tonic) te maken. Een sterk anti-griep middel wat ik eerder (hmm, 5 jaar geleden alweer) eens in een blogpost liet vallen, zie hier. Maar nooit heel uitgebreid aandacht heb gegeven.
Master Tonic is een oud en beproefd recept met 6 natuurlijke ingrediënten die samen staan voor een sterk antibacterieel, antiviraal, antiparasitair en antifungaal middel wat van over de hele wereld veel wordt ingezet bij allerlei kwalen, maar met name bij griep en verkoudheden.
Volgens het rivm zitten we inmiddels alweer in de 9e week van een griepepidemie, dus wat dat betreft had de timing wel een stuk eerder gekund, maar goed. Nu dacht ik er toevallig weer eens aan vanwege die opgegraven Mierikswortel van afgelopen week, en ter excuus, zelf heb ik deze winter nog altijd geen griep onder de leden gekregen. (heel snel afkloppen!)

Allereerst, een tonicum is een gezondheidsversterkend middel maar geen officieel medicijn. Dat wil zeggen, er zijn geen wetenschappelijke bewijzen voor dat het een ziekte daadwerkelijk kan genézen. Wel kan het verlichtend of preventief werken en dat is op zich al veel waard.

De vaste ingrediënten bestaan uit gelijke* delen gesnipperde: Mierikswortel, Gember, Knoflook, witte Ui en Spaanse Peper. Afgetopt met rauwe Appelazijn.  Alles als het kan uiteraard onbespoten biologisch.
*) Er bestaan recepten met afwijkende verhoudingen, net wat je voorhanden hebt waarschijnlijk.

Uit het enorme naslagwerk "Groot Handboek der Geneeskrachtige Planten" van Geert Verhelst kun je over deze ingrediënten onder andere het volgende vinden.

Mierikswortel:
Slijmafdrijvend, slijmoplossend, antiseptisch, antimicrobieel, antibacterieel, infectiewerend, hoestdempend, ontzwellend op de slijmvliezen, rijk aan vitamine C, eetlustopwekkend, spijsverteringsbevorderend, windverdrijvend.
Gember:
Antiseptisch, ontstekingswerend, pijnstillend, braakstillend, maagversterkend, vaatverwijdend, spijsverteringsverbeterend, eetlustverbeterend,
Knoflook:
Weerstandsverhogend, antimicrobieel, antiviraal, antifungaal, antiparasitair, versterkend voor hart en bloedvaten
Ui:
eetlustbevorderend, spijsverteringsbevorderend, immuunstimulerend, antimicrobieel, bloedzuiverend,
Spaanse peper:
Bloedsomloopverhogend, verwarmend, pijnstillend

Natuurlijk zijn dit overigens niet de enige planten met een gunstige geneeskrachtige werking en ik vermoed dat je het recept makkelijk kan aanvullen met allerlei andere planten, kruiden of specerijen. Maar als het gaat om de klassieke Master Tonic, dan zijn dit wel de vaste ingrediënten.

Voor mijn recept startte ik met gelijke delen Mierikswortel en Gember en aangezien de Mierikswortel toch wel erg taai is voor je keukenmachine gebruikte ik in eerste instantie de raspfunctie hiervoor. (Dan snipper je het van daaruit daarna wat makkelijker met het S-blad.)
Bij elkaar toch wel zo'n 4 kopjes in totaal. (2 Mierikswortel, 2 Gember.) Let ook hier weer op, ook geraspte Mierikswortel is erg scherp voor je ogen. Werk in de buitenlucht of in een goed geventileerde ruimte!  Met de hand raspen is daarom wat minder handig. Dat duurt een eeuwigheid en al die tijd hang je toch een beetje boven die scherpe dampen, is afzien hoor.

Daarbij snipperde ik nog 4 witte Uien, 2 bollen Knoflook (ook nog uit eigen tuin) en 1 Spaanse peper. Wat die Spaanse peper betreft, dat hadden er officieel meer mogen zijn maar had ik niet in huis. Wel heb ik om dat te compenseren nog een theelepel cayennepoeder er doorheen gedaan en tot slot, als persoonlijke toevoeging, een extra schepje kurkuma (oftewel Geelwortel; ontstekingsremmend, antioxidant, tumorgroeiremmend, leverontgiftend, spijsverteringsbevorderend.)

Dit alles wordt vervolgens in een schone glazen pot geschept (met nog wat extra ruimte om goed te kunnen schudden) en afgetopt met rauwe appelazijn, ongefilterd en ongepasteuriseerd, waar de 'moeder' nog in zit. (Te koop bij een biowinkel of lees  hier voor het zelf maken van rauwe appelazijn.)
Het zuur in de azijn helpt om de werkzame stoffen uit de plantendelen te trekken en brengt meteen nog wat extra gezondheidsbevorderende eigenschappen met zich mee.
Als je dit aftreksel voor 2 tot 8 weken laat staan op een donkere koele plek, met 2x daags schudden en daarna filtert, krijg je wat je noemt een medicinale azijn. Het uiteindelijke Meester Tonicum.

Dit tonicum kun je op verschillende manieren toepassen.
Je kunt het natuurlijk zo uit de pot oplepelen, maar dat kan, afhankelijk van je verhoudingen, toch net wel een tikkie te scherp zijn voor je systeem. Je ogen gaan tranen, je neus lopen, je oren wateren, je hoofd loopt warm aan. Kan wel het gevoel geven dat er lekker wat gebéurt, maar het hoeft niet per se zo hard core. Toegevoegd aan soepen, smoothies, bouillon, sauzen, dressings etc. wordt het al een stuk beter te slikken. Begin met een theelepel per dag en verhoog dat gaandeweg naar een eetlepel. Dan werkt het preventief. Als je een griep onder de leden hebt kan het zelfs tijdelijk opgehoogd worden naar 5x per dag. Alleen nooit op een lege maag, vanwege de scherpte ervan.
Eenmaal gefilterd blijft dit Meester Tonicum erg lang goed. Bewaard in de koelkast zelfs jaren. Dus voorlopig zit ik wel snor.

Overigens, als laatste extra tip, ik las via deze post van grassfood.me de handige ontdekking om de afzonderlijke ingrediënten elk apart op appelazijn te zetten. (Dus een potje gemberazijn, een potje knoflookazijn etc.) Dat biedt namelijk de mogelijkheid om te gaan inmaken op het moment dat dat specifieke ingrediënt vers op de markt is. Bovendien kun je zo ook je Master Tonic elke keer naar smaak samenstellen vanuit de vloeistoffen. De ene keer wat peperiger, de andere keer wat meer gember. Zo hou je het wat afwisselender. Leek me best wel een slimme truc, al heb ik nu zelf al alles bij elkaar gegooid. Scheelt natuurlijk ook potjes.
Wie weet de volgende keer.

Wat denken jullie? Zou je zelf zo'n Master Tonic maken of heb je andere middelen waar je op vertrouwt?

donderdag 15 februari 2018

C: Mierikswortel, planten, oogsten en verwerken.

Ik heb al een aantal jaar mierikswortel in de tuin staan. Eerst in m'n eigen achtertuin, maar met het verkrijgen van een grote gehuurde moestuin verhuisde het daar naartoe. Het is niet per se een hele hippe plant. Het is ook niet echt een kruid wat je regelmatig vers in de supermarkt ziet liggen of vaak in je keuken gebruikt want de smaak is nogal sterk peperig en uitgesproken, al helemáál in verse toestand. Daar moet je maar net van houden. Maar toch is het een plant die ik een keer in het zonnetje wil zetten want áls je er van houdt dan loont het de moeite om ze zelf vers te oogsten. En heb je eenmaal een Mierikswortel in je bezit, dan heb je 'm voor heel je leven! Lekker duurzaam.

Het planten van Mierikswortel:

Een mierikswortel vermeerdert zich door de wortelstokken en niet zozeer uit zaad. Dus als je graag een plant wil bemachtigen zul je naar de wortels op zoek moeten gaan. Via moestuinders, internet of tuincentra zijn ze zeker wel te vinden. 
Ze staan bij mij nu in de moestuin al een aantal jaar op een zonnige plek, maar in m'n achtertuin stonden ze wat meer in de halfschaduw en daar deden ze het ook prima. Bedenk wel dat het erg invasieve groeiers zijn, het is echt aan te raden in de grond een flinke afscheiding te maken om ze in de perken te houden. Door bijvoorbeeld een stevige pot of bamboescherm in te graven. Zelf teel ik op zandgrond en geef ik ieder jaar wat compost en voeding. In warme zomers krijgen ze af en toe water en verder kijk ik er eigenlijk niet veel naar om. Koude winters komen ze makkelijk door. 
Qua hoogte komen ze bij mij maximaal op 80 cm. uit met grote brede groene bladeren. 
Slakken verbergen zich overigens graag in deze plant maar vraat heeft er verder niet erg veel effect op. Ik zie het vooral als een soort slakkenval waar je in één keer een hoop slakjes kunt wegvangen. En de bladeren zijn ook erg handig om af en toe een beetje van af te knippen en als mulch in de tuin te gebruiken. Ook daar heeft de plant niet echt onder te lijden.

Ik moest even m'n fotoarchieven in om te zien of ik destijds van de verhuizing foto's had gemaakt en warempel, ja dus. Destijds groef ik in de late winter een paar wortelstekken op en plantte die over op de nieuwe plek. Elk stukje wortel kan op die manier uitgroeien dus het maakt feitelijk niet uit hoe groot of dik ze zijn. Omdat ze toen al begonnen met uitlopen hield ik het groen eraan, maar dat hoeft niet per se.

Bij het uitplanten is het advies om ze niet verticaal te planten maar eerder onder een schuine hoek, tegen het horizontale aan. Dat is later veel makkelijker oogsten. Het groen liet ik uitsteken. Als je zelf geen groene uitlopers aan je wortels hebt zorg dan dat de kop maar een paar centimeter onder de grond zit.

Vervolgens is ook het advies om ze zo'n 30 cm. uit elkaar te planten en zoals bovenstaande foto laat zien is dat bij mij wat aan de krappe kant gebeurd. Het nadeel is dat bij het oogsten ook de wortels wat dichter op elkaar zitten en aangezien het sowieso al geen plant is die je makkelijk omhoog trekt kan dat het uitgraven wel een heel stuk lastiger maken.

Het oogsten:

Vandaar dat ze er bij mij niet echt als keurige wortels weer uitkomen maar dat ik ze met een scherpe spade gewoon door de midden splijt om ze naar boven te wrikken. Niet helemaal zoals het hoort. Al helemaal niet als je de oogst niet meteen gaat verwerken want zo'n open wortel verkleurt snel en bewaart slechter. Dus dat weet je dan ook weer.
Oogsten doe je in de regel in het najaar als het blad is afgestorven of zolang het niet vriest gedurende de winter tot het groen weer gaat uitlopen. Men zegt dat de smaak beter is als er een keer de vorst overheen is geweest, dus dat was de reden dat ik het nu na die laatste koude vorstnachten wel een goede timing vond.
Hoewel dit trouwens een meerderjarige plant is die je ook gewoon in de grond kunt laten zitten, is het vaak slimmer om ieder jaar alle wortels op te graven en een klein aantal meteen weer terug te planten. Wil je tenminste een beetje controle houden over het geheel anders krijg je later een enorme kluwen aan wortels. Ik had de afgelopen 2 jaar niets gedaan want had geen tijd (of zin) gehad om de oogst te verwerken en dat was nu wel te merken. Dus dat is een goed voornemen op m'n to-do lijst van de komende tijd; de Mierikswortel helemaal opgraven en opnieuw herplanten.
Hoewel je een vers geoogste wortel wel eventjes kunt bewaren (het langste is in een bloempot met licht vochtig zand op een koele vorstvrije plek, dan heb je het over maanden) gaat het hier sowieso niet erg snel op. M'n man houdt helemaal niet van die typische peperige smaak en daardoor laat ik me vaak toch wel tegenhouden.

Het verwerken:

Maar niet deze keer. Er is een behoorlijk stuk mierikswortel uit de grond gekomen en dat wil ik allemaal meteen verwerken, dan maar alleen voor mezelf.
Nu wordt mierikswortel vaak vooral verwerkt tot een romig sausje want dat is echt een super lekkere smaakmaker bij allerlei gerechten (vlees, vis, ei, groenten) maar is in die romige vorm alleen niet echt erg lang houdbaar. Toch kun je alvast één stap van te voren al tackelen bij het maken van die sausjes en dat is wat ze in het Engels "prepared horseradish" noemen; (voor)bereide mierikswortel.

Bereide mierikswortel:

Daarvoor was je eerst de verse wortels goed schoon, schraap je met een scherp mesje het velletje ervan af en snijd je ze in kleinere stukjes. Het is een taaie vezelige wortel dus gebruik een scherp mes hiervoor. Als je hier trouwens lang over doet zul je merken dat de wortel gaat verkleuren dus als je dat wil tegengaan dan kun je de stukken tussendoor in wat citroen- of azijnwater leggen.

Vervolgens doe je de stukjes met een paar eetlepels water in een keukenmachine en maal je ze tot fijne snippertjes. Let hier trouwens wel op, met het snijden kon je de typische scherpe lucht al een beetje ruiken, maar zo fijn gesnipperd tot een soort papje is de geurwalm die ervan af komt zooo scherp dat het echt zeer bijtend is voor je ogen. Ook je neusholtes gaan er meteen helemaal van open staan. Werk in een goed geventileerde ruimte of loop desnoods even naar buiten als je de deksel er vanaf haalt. Geen grapje.

Mierikswortel krijgt dezelfde chemische reactie als mosterdzaad bij het stukgaan van de celwanden. (zie ook m'n post over het zelf maken van mosterd.) De stoffen die dan vrijkomen zijn erg scherp en vluchtig en kunnen worden gestabiliseerd met een zuur, meestal azijn. Voeg je geen azijn toe dan zal de scherpte (en daarmee dus ook de smaak) snel afnemen.  Het moment dat je de azijn toevoegt is bepalend voor de scherpte. Meteen toegevoegd bij het snipperen geeft het een mildere smaak, maar wacht je een paar minuten tot een kwartier (de periode waarin de vluchtige stoffen volop ontwikkelen voordat ze daarna weer gaan afnemen) dan is de scherpte optimaal. Op een kopje gesnipperde mierikswortel doe je ongeveer een thee/eetlepel azijn.
En tot slot nog een klein beetje zout. Mix het allemaal nog een keer goed door zodat de azijn en zout evenredig verdeeld zitten.

En breng alles over in een schone (gesteriliseerde) pot. In de koelkast zou het minimaal een aantal weken goed moeten blijven maar ik heb ook reacties gelezen van mensen die beweerden dat het op deze manier maanden aan eens stuk goed bleef.

Mierikswortelsaus: 

Voor de uiteindelijke saus zijn uiteraard ontelbaar veel recepten. Vaak gaat het hier om een kwestie van smaak. De bereide mierikswortel van hierboven meng je dan met zure room, yoghurt, kwark of mayonaise in een verhouding die jij sterk genoeg en lekker vindt. (1:1 is vrij sterk,  1:2 of 1:3 is bij verse mierikswortel vaak al pittig genoeg.) Vaak gaat er ook nog een beetje zuur bij (azijn of citroensap) wat kruiden (mosterdpoeder of mosterd, peper, cayennepeper, bieslook) en soms een beetje suiker of ahornsiroop.
Zelf deed ik:

3 delen zure room
1,5  deel bereide mierikswortel
0,5 deel mosterd
klein kneepje citroensap
zout en peper naar smaak
snufje dille

Lekker hoor! En ook nog eens erg gezond. Mierikswortel is vooral werkzaam op de slijmvliezen (erg goed als je verkouden en hoesterig bent.) bevat veel vitamine C en is spijsverteringsbevorderend. Maar je moet er niet teveel van eten, 20 gram van de wortel is zo'n beetje de dagelijkse dosis.
Ben benieuwd of jullie vaak Mierikswortel eten, of is het inmiddels een beetje een vergeten smaak geworden?


zondag 4 februari 2018

C: De heemstede in januari

Afgelopen oktober startte ik met een nieuwe reeks maandelijkse opsommingen over onze "heemstede", om zo inzichtelijk te maken wat er hier aan soort werkzaamheden voorbij komt.
Want ook al zit ik niet op een feitelijk boerderijtje, heemsteden kan onder allerlei omstandigheden. In mijn geval met 2 honden, 2 katten, 2 kippen en één echtgenoot in een gewoon rijtjeshuis en met een gehuurde moestuin. Inmiddels is januari aan de beurt.

In meerdere opzichten was januari hier een buitengewoon stormachtige maand. Uiteraard was er de feitelijke storm die halverwege over ons land raasde en een spoor van ontwrichtende vernieling achterliet. (Ik heb het bos uit voorzorg maar een keertje overgeslagen vanwege alle vallende bomen.)
Maar ook op emotioneel vlak was het niet bepaald windstil. (Grotendeels veroorzaakt door ingrijpende gesprekken/ontwikkelingen rondom mijn moeders Alzheimer, die al geruime tijd met gemak indicatie 5 aantikt maar nog steeds samen met m'n vader thuis woont. Die ziekte is werkelijk zo'n ingrijpende natuurkracht dat het ons als mantelzorgers soms met gemak letterlijk van de voeten blaast.     Daarbovenop kreeg ik ook nog wat laatste rukwinden aan werkstress te verduren, maar daar weet ik gelukkig inmiddels steeds beter mee om te gaan.)
Maar daar gaat deze blog allemaal niet over. Bovendien sta ik nog steeds rechtop en blijk dus buigzamer dan gedacht. (Het lijkt wel of een goeie ouderwetse storm een soort energie achterlaat in de lucht die nog dagen later voelbaar is. Het gaf mij in ieder geval een boost om vooral niet bij de pakken neer te gaan zitten.)

De moestuin:

Dat was vooral nodig toen ik de ochtend ná de zware stormdag eens poolshoogte ging nemen op de moestuin.

 O neeee...

Daar was zoals voorvoeld inderdaad wel een 'gevalletje' aan de hand. M'n grote kas stond gevaarlijk ver uit het lood, als de toren van Pisa. Het had zulke flinke vlagen gekregen dat het was gaan zwikken en al het glas aan de voor- en achterkant door de spanning was gesprongen. Het leek of  't elk moment hartstochtelijk in elkaar kon storten. Ik kan je zeggen dat ik daar wel even een kleine hartverzakking van kreeg.
Maar gelukkig was de ontreddering niet van lange duur. Het voordeel van een grote vereniging is dat er ook veel handige mensen rondlopen (waaronder ervaren kassenbouwers) en nog binnen het uur had ik met iemand een afspraak gemaakt met plan van aanpak. Allereerst moest het glas eruit, de kas rechtgetrokken, vervolgens goed geschoord en verankerd, en tot slot voorzien van nieuwe rubbers en glas.
Het rampgevoel is daardoor nooit echt ingedaald. Het is zo, er is iets aan te doen, dus hup. Gewoon doorgaan. Er zijn ergere dingen in het leven.

Omdat er nog steeds veel wind op de planning stond en het instortingsgevaar van de kas erg hoog ingeschat, werd met de eerste stap niet al te lang gewacht. Met al het glas eruit was het letterlijk een "kar-kas" Haha, gelukkig kon ik nog om m'n eigen grapjes lachen.
De vereniging had inmiddels al laten weten dat ze, vanwege de vele schade overal, integraal tweedehands kassenglas gingen bestellen. Van mijn eigen glas wordt wel zoveel mogelijk gerecycled maar dan nog heb ik een hoop extra nodig. Met nieuwe rubbers ook. Mijn handige mannen Toon en Tiny trokken de boel alvast recht en plaatsten gauw een aantal schoren.

Daarna kon de kale kas weer zonder spanbanden staan. Onwrikbaar is ie nu. Mijn eigen bijdrage was het extra goed schoonmaken van alle profielen, het opspeuren en afvoeren van kleine glassplinters, het uitpeuteren van half vergane en afgescheurde rubbers en tot slot  het opruimen van allerlei zooi ín de kas. (ook meteen wat compost kunnen kruien, wat onkruid trekken en ein-de-lijk de knoflookteentjes in de grond gezet, 3 (drie!) maanden later dan normaal...)Veel steunbetuigingen gekregen ook. Ik sta nu algemeen bekend als de-vrouw-van-de-scheve-kas. 

De bestelde glasplaten zijn inmiddels binnen, de nieuwe rubbers ook. Afhankelijk van het weer, gaan Toon en Tiny komende week beginnen aan het glas. Maar dat verhaal is voor februari.

De kippetjes:

Goddank brak af en toe het zonnetje door. Niet alleen voor m'n eigen gemoed een opsteker, maar ook voor de kippetjes. Na alle regen van december was het heerlijk het hok weer eens lekker open te zetten. Weg met alle natheid die gaandeweg in alle kieren was doorgesijpeld.

En zo fijn om weer eens wat zon op die nieuwe veren te zien. De stralen halen inmiddels de binnenkant van de ren weer. Het is echt opmerkzaam langer licht en ik zwéér je dat ik Fopsje al weer in de buurt van de legnesten heb zien scharrelen. Niet dat ik verwacht dat ze meteen eitjes gaat leggen maar heb voor de zekerheid al weer wat vers stro in de legnesten gelegd. Je weet ooit nooit. Al viel op het eind van de maand weer belachelijk veel regen hier.

Het huishouden:

Eind deze maand kreeg ik een filmploeg van het tijdschrift Landleven op bezoek. In maart komt het artikel over het ramenwassen uit waarvoor ik in november ben geïnterviewd, en daar wilden ze graag ook een filmpje bij, voor op de site. Het was allemaal zo kort dag dat ik het maar over me heen heb laten komen. M'n hoofd stond er eigenlijk helemaal niet zo naar toen ik het toezegde maar gelukkig viel de praktijk qua timing allemaal heel gunstig en bleek het een welkome afwisseling.

Was wel koud die ochtend maar het liep allemaal zo vlot. Bijna alle takes stonden er in één keer op, met af en toe de onontkoombare blooper. Binnen het uur waren we weer klaar, met opbouwen en afbreken en alles.

Achteraf is daar natuurlijk ook altijd weer een beetje twijfel. O God, sta ik straks niet als een of andere blije gup op de film? Over 'ra-men-was-sen'? (Als m'n moeder het allemaal nog kon bevatten zou ze ongetwijfeld de kans grijpen om me er in lengte der dagen mee te plagen, haha.)
We zullen het vanzelf wel zien.
Op het moment voel ik me ondanks alle stormachtige gebeurtenissen vooral erg rustig en positief. De ontelbare regenbuien die ik op de fiets over me heen heb gekregen, m'n grieperige man op de bank, de overuren en extra lessen die er bij kwamen, het zij zo. Ik vóel gewoon dat er betere tijden aankomen. Bovendien is het leven te kort om te sikkeneuren.

zondag 14 januari 2018

C: De heemstede in december

Afgelopen oktober startte ik met een korte opsomming over onze "heemstede", om zo inzichtelijk te maken wat er hier aan soort werkzaamheden voorbij kwam in die maand die onder deze noemer konden vallen.
Ook al zit ik niet op een feitelijk boerderijtje, heemsteden kan onder allerlei omstandigheden. In mijn geval met 2 honden, 2 katten, 2 kippen en één echtgenoot in een gewoon rijtjeshuis en met een gehuurde moestuin. Inmiddels is december aan de beurt.

Terugkijkend op december is me vooral bijgebleven dat we voornamelijk onder een dekkend grijs wolkendek hebben geleefd met héél veel miezer-mist-regen. De lucht bleef grauw en vochtig en er kon zelfs geen vluchtig waterzonnetje vanaf. Erg deprimerend en vermoeiend allemaal. Gelukkig werd dat tussendoor wel een beetje gecompenseerd door een dik uitnodigend pak sneeuw, maar al snel kwam daar weer grijze blubber voor in de plaats. Het voelde als doorbuffelen. Werk (nog steeds buitengewoon druk) kwam al gauw in de laatste zwaarste loodjes vóór de Kerstvakantie terecht, inclusief alle voorbereidingen voor de aankomende festiviteiten. Het was een kwestie van volhouden en domweg doorgaan. Maar eenmaal tijdens kerstreces brak ook het waterzonnetje weer door en kon ik m'n lijf en leden eindelijk overgeven aan bijkomen en uitrusten. Even adempauze.

De Moestuin:

Tijdens het eerste weekend van december, tijdens een mistige zaterdag, stond de moestuin op de planning. Ik had er in november niet heel veel tijd voor gehad en wilde de achterstallige werkzaamheden wat aantrekken.

Ik had de keren ervoor voornamelijk opgeruimd maar nog niets van de bedden was echt voorbereid op een aankomende winter. Geen mulch of compost aangebracht, geen groenten ingekuild. De dahliaknollen lagen nog steeds te drogen in de kas.

Dus in eerste instantie begon ik met het schoon borstelen van die knollen en legde ze in meegebrachte doosjes toegedekt met kranten. In de loop van de jaren weet ik inmiddels dat de dahlia's het beste overwinteren bij m'n ouders in de kelder. Bij mij thuis is de zolder te warm en droog, en de schuur te vochtig. Een echte kelder heb ik niet, helaas. Dat zou één van de dingen zijn die ik voor m'n ideale huis zou wensen, zo'n ouderwetse grote provisiekelder. Hmmmm.

Het restje preien wat er nog staat ben ik gaan inkuilen. Dat doe je door ze uit hun vaste plek te halen en redelijk schuin en bij elkaar weer in te graven.
Als daar vervolgens weer mulch op komt (bijvoorbeeld stro) zijn ze makkelijker te oogsten als de grond in de winter bevroren is. Het hele idee van inkuilen is dat je je oogst langer kunt bewaren én makkelijker kunt oogsten, ook bij strenge vorst.

De laatste aardappelen kwamen uit de grond zodat dat bed ook weer vrijkwam. Het is altijd even goed graaien om ook alle kleine knolletjes op te speuren. Leuk werk vind ik dat. Zulke mooie kleuren hebben die paarse ook. Dat maakt elke mistige dag wat vrolijker.

Eén soort aardappel kuil ik wel in. Dat is de "Pink Fir Apple". Een ouder ras maar superrrrlekker. Uit het boek van Evert heb ik geleerd hoe dat van oudsher werd gedaan want zelf heb ik eerder nooit aardappelen ingekuild. Maar feitelijk maak je dus een kuil, legt de zanderige aardappelen daarin, met daarboven een stuk karton (of doek) en een laag stro van pakweg 10 cm. Daaroverheen gaat de rest van de aarde weer. De aarde en vooral stro houdt de vorst tegen, het karton zorgt ervoor dat alles nog goed kan ademen maar je wel makkelijk bij de aardappelen kunt.

Ook nieuw dit jaar was de eerste oogst van de yakon (of appelwortel). Ik had tijdens de Groenmoes markt eerder dit jaar broedbolletjes gekocht en in de kas geplant, en hoewel ik eigenlijk verder niet heel erg naar deze plant omgekeken had qua verzorging zijn er toch wel wat grotere knollen te oogsten, én nieuwe broedbolletjes. Hele lekkere frisse knapperige licht zoete knollen zijn het, die rauw of gebakken gegeten kunnen worden. Ik heb de broedbolletjes meteen weer in een pot ingegraven (in de kas) met flink wat stro er omheen. Volgend seizoen de tweede ronde.
Verder daar ook de gember- en kurkumaoogst omhoog gehaald (enigszins tegenvallend) en stekjes daarvan in een pot afgedekt terug geplant voor overwintering. We zullen zien of dat lukt.

Tot slot een aantal kruiwagens met mest of compost over de onkruidvrije bedden uitgestrooid en nog wat laatste takken gesnoeid en opgestapeld in een hoekje van de tuin. Het was een paar uur verder en ik voelde de spieren van m'n schouders verkrampen. Ondanks goede voornemens ben ik er de rest van de maand niet meer geweest.

Alleen om een foto te maken in de sneeuw. (Hé, er lopen poezenpootjes?!?) Verder was het te nat, te koud, te weinig tijd. Wel thuis alle potplanten vanonder het afdak naar de onverwarmde zolder overgebracht. December is nou eenmaal niet de drukste maand op dit vlak.

De kippetjes:

De kippetjes waren enigszins ontstemt door de vele regen deze maand, daar houden ze niet echt van want dat betekende vele vele saaie uren onder het droge stuk van het verhoogde kippenhok. Tijdens de twee sneeuwdagen zijn ze zelfs niet eens hun hok uitgekomen. De rui gaat bij Fops nog steeds door en ik had daardoor zoveel medelijden met haar, arm arm meisje. Eitjes zijn vanzelfsprekend even van de baan. Maar ze hebben het daarentegen allemaal dapper doorstaan hoor. En gelukkig hebben ze elkaar voor warmte en gezelschap. Kippen kunnen erg goed tegen de kou trouwens (niet tegen tocht.) Beter dan tegen hitte. Maar verveling is voor niemand leuk.

Het huishouden:

Vlak voor de sneeuw kwam heb ik alle schoenen die ik had (aantal valt reuze mee) in de schoenpoets gezet. Het begon met m'n wandelschoenen die een extra vette laag kregen. Maar daarna meteen doorgepakt en de rest ook onder handen genomen. Twee paar zijn nog naar de schoenmaker gegaan voor nieuwe zooltjes onder de hakken. (Iets wat vroeger overigens door heel veel mensen zelf werd gedaan, m'n schoonvader had zelfs een eigen leest. Nooit bij stilgestaan, hmm) En één paar heb ik op de leest laten zetten voor extra rek want die gaven me blaren, da's ook zonde. Ik ben normaal niet zo van het onderhouden van m'n schoenen dus dit voelde wel echt als een taak. Goed bezig!
In het verlengde daarvan heb ik ook m'n auto gewassen en in de wax gezet. Hoewel ik nu al een poosje m'n huis redelijk op orde heb, was dat nog niet echt doorgezet naar m'n auto. Die was ik, nou, twee of drie keer per jaar misschien? En de binnenkant stofzuigen is soms ook echt hoognodig. Het is meer een rijdende hondenmand annex tuinschuurtje. Lekker als dat een keer gedaan is.

Hoewel ik bij aanvang van de kerstvakantie nog een poosje een soort werkritme in m'n lijf had zitten en iets uitgebreider dan normaal de poets deed heb ik het idee van een kleine winterschoonmaak toch maar gauw weer verdrongen, we moeten nou ook weer niet overdrijven.

Maar toen de laatste week de drogere en lichtere dagen aanbraken gingen wel alle dekbedden lekker over de lijn en wat ramen open voor ventilatie en zuurstof. Wat een zaligheid na al die natte kou.

Geen officiële kerstboom hier trouwens, al jaren niet. Meestal hou ik de weken voor kerst het bos goed in de gaten voor een mooie afgebroken tak, het liefst van een berk. Aangezien m'n man nogal een hekel heeft aan al dat opgelegde kerstgevoel en zich verzet tegen de opzichtige kant ervan, gaan er alleen doorzichtige glazen ballen in, wat lichtjes en een paar nep-vogeltjes. Dan kan hij het nog net verkroppen. Geeft de prachtigste schaduwen trouwens en het spaart kerstbomen uit, ook een groot pluspunt. Het nieuwe jaar starten we dan met het opstoken van de tak in eigen kachel, om dan lekker in de warmte te verklaren dat we het allemaal weer overleefd hebben.
December was zwaar maar eindigde in een heerlijke vrije week vol huiselijke gezelligheid, vrienden, logés en een heuse winterbbq. Daar waren we hard aan toe.

zaterdag 16 december 2017

C: Schemeren

De laatste tijd ben ik wat vaker nostalgisch de muziek van vroeger thuis aan het luisteren. Een abonnement bij Spotify maakte dat opeens supermakkelijk. Eigenlijk bestaat er haast geen betere tijdscapsule dan muziek om je weer terug te laten zuigen in vroeger tijden. Veel van de oude LP's uit die tijd hebben m'n ouders al lang niet meer uiteraard, die zijn na het kapot gaan van de pickup allemaal zoetjes aan naar de kringloop gegaan. De CD speler bracht daarna weer nieuwe muziek, een andere fase.
Als ik terug ga naar onze "LP-tijd" dan hoor ik muziek van Simon & Garfunkel, perfecte slowdown muziek voor deze donkere dagen voor Kerst. Ook veel Nederlandstalig zoals Herman van Veen en Robert Long. En als het helemaal de diepte ingaat naar lokaal niveau dan is daar Willem Vermandere (uit onze tijd in België) en Gerard van Maasakkers. Vooral die laatste raakt de kern het meest vanwege de onderwerpen en daarbij vooral ook zijn oudere muziek omdat daarop het dialect nog sterker was. (Hoewel wij thuis nooit plat Brabants hebben leren spreken, m'n ouders kwamen immers uit Amsterdam, verstaan we het uiteraard uitstekend omdat zowat iedereen om ons heen aan vriendjes en buurtgenoten wél dialect sprak.) Het klinkt vertrouwd in de oren en zuigt me meteen m'n kindertijd in.

Één liedje vooral zette me nu aan het denken: "Ik laot d'n dag nog efkes dure", heet het.
In gewoon Nederlands gaat een gedeelte  zo:

Ik laat de dag nog even duren
Nog geen lamp aan, geen gordijn
Even zitten, even kijken
Kijken naar dit uur, van mijn

Het gaat over het stilstaan op het einde van de dag, in het uur waarin het licht afneemt van licht naar donker. Over de tijd nemen om de drukte van de dag van je af te laten glijden en je voor te bereiden op de uren die nog komen gaan.

Ik herinnerde me dat ik me als kind in het najaar vaak letterlijk in het raam boven op de balustrade nestelde om naar dit uur te kijken. Dat raam gaf uitzicht over de luchten in het Westen, boven de uitgestrekte weilanden en bossen. En dat ik dan langdurig keek hoe de wolken langzaam veranderden, hoe de zon onderging en de kleuren van zalmachtig oranje naar steeds lilagrijzer en donkerder blauw trokken. Onderwijl hoorde ik de typische huisgeluiden. Van m'n moeder die in de keuken bezig was, of hoe m'n vader thuiskwam van werk en steevast altijd eerst de wc-deur dichttrok (die kennelijk altijd op een kiertje stond) voor hij de kamer in kwam en de honden begroette. En ik herinnerde me hoe veilig en vertrouwd ik me voelde en hoe immens en groots de luchten waren.

Ik denk eerlijk gezegd niet dat ik ooit dichter bij het onderwerp van dit liedje ben gekomen dan toen, of het moet tijdens vakanties zijn geweest. Maar echt even een uurtje zitten en compleet nietsdoen, op een normale dag, zit er hier al lang niet meer in. Natuurlijk hebben we meer afleidingen en verantwoordelijkheden nu, ik geloof echt dat de wereld drukker is geworden. Maar ik geloof óók dat we vaak drukker doen en ons drukker máken dan werkelijk nodig is.
Vooral de afgelopen tijd, met de enorme drukte op m'n werk die inwendig ook m'n vrije tijd en slaap bezig hield, deed het me steeds meer beseffen dat de balans voornamelijk zit in het af en toe kunnen stilstaan en nietsdoen. Schemertijd is daar perfect voor. Wat een mooie gewoonte is het dan om dat weer op te pakken, lijkt me. Al is het maar eens per week. Gewoon gaan zitten en voor je uit turen in de stilte van de schemer.

Ik sprak hierover met een van m'n bosvriendinnen. Een oudere vrouw met de liefste, zachtste hond die je ooit hebt gezien. Op veel van m'n ochtendwandelingen kom ik haar tegen en dan lopen we samen een eindje op en bespreken de orde van de dag.
Van haar hoorde ik dat dit hele gegeven van stilstaan op het einde van de dag ook daadwerkelijk een werkwoord heeft: "Schemeren". Zij deed dat vroeger samen met haar oma, dan gingen ze aan de keukentafel zitten, hadden alleen een schemerlampje in de hoek aan en lieten de kamer steeds donkerder en gezelliger worden.

Ik had zelf  nog nooit van het woord schemeren in deze context gehoord dus ter onderzoek liet ik het ook eens vallen in één van m'n cursistengroepen (de middaggroep met de oudste cursisten). En warempel, ja...schemeren...dat kende een aantal wel.  Maar grotendeels vooral 'van vroeger' of van hun grootouders. Er werd een theorie bedacht dat het waarschijnlijk vooral in de boerendorpen voorkwam, waar de mensen na een lange dag werken en vroeg opstaan de schemertijd namen om even tot rust te komen. En (misschien) uit zuinigheid zo lang mogelijk de lichten uit lieten.

Ook internet bevestigde de betekenis, al kon ik niet veel vinden over de herkomst ervan. Daar las ik trouwens nóg iets wat me bijbleef over dit werkwoord. Namelijk dat het woord 'schemeren' plaatselijk in het dialect ook gebruikt wordt als synoniem voor 'je geheugen verliezen'. Dat trof me omdat ik dat zo'n mooie manier vond om bijvoorbeeld dementie te omschrijven.

Hier is mijn moeder op die manier in haar hoofd ook aan het schemeren. Ze is zelfs al jarenlang aan het schemeren en ik denk wel eens dat dat een grote reden is geweest waarom we dit blog destijds zijn begonnen. Om zo de tijd te eren waarin onze basis is gelegd. Om het te herinneren en zo lang mogelijk vast te kunnen houden. Om het te delen en vooral niet te vergeten. Zoals zij doet.

Ik vond deze toepasselijke foto van ongeveer 10 jaar terug. Genomen vanuit dat raam op het Westen van waaruit ik als kind eindeloos naar de luchten staarde, met het prachtige uitzicht over de weilanden richting de bossen. M'n moeder vrolijk zwaaiend in de tuin. Toen nog aan het begin van haar 'schemer'. Inmiddels gaat haar hoofd van lilagrijs richting het donkerblauwe. Hier en daar nog wel zalmkleurige flarden gelukkig, maar daarnaast soms ook zwarte. Het stemt me vaak triest, dit 'geestelijke vertrek' van haar wat zo ontzettend langzaam maar onomkeerbaar over de jaren wordt uitgerekt en daarnaast toch soms met zulke snelle schreden lijkt te gaan.

Ik denk dat ik de ene manier van schemeren steeds meer nodig ga hebben om de andere manier van schemeren te kunnen verwerken. Om de tijd te voelen die op verschillende manieren parten met ons speelt. Om tot rust te komen en stil te staan bij alles wat komt en gaat.
En dan moedig de draad weer op te pikken.