zondag 10 december 2017

C: De heemstede in november



In oktober startte ik met een korte opsomming over de "heemstede" van die maand, om inzichtelijk te maken wat er hier aan soort werkzaamheden voorbij kwam die onder die noemer konden vallen. Ook al zit ik niet op een feitelijk boerderijtje, heemsteden kan onder allerlei omstandigheden. In mijn geval met 2 honden, 2 katten, 2 kippen en één echtgenoot in een gewoon rijtjeshuis en met een gehuurde moestuin. Nu is november aan de beurt.

Deze november was de omslag van de herfst pas echt goed te merken. Regelmatig voelde ik 's ochtends tijdens de boswandelingen het scherpe randje van de kou al in de lucht hangen. Dramatische zonsondergangen trokken ook voorbij. Maar daarnaast had het weer nog veel meer in petto. Wolkbreuken met gietende regenpijpen, hagel en wind heb ik over me heen gekregen. Gelukkig ook waterige zonnetjes. Was de eerste helft van de maand het bos nog vooral okerkleurig geweest, inmiddels zijn de bladeren voor het grootste gedeelte van de bomen af gewaaid. De wintertijd heeft deze maand ingeluid, de donkerte kruipt samen met de eerste nachtvorsten gestaag vooruit.
Voor mij persoonlijk was november een uitzonderlijk hectische maand vanwege verhuis- en verbouwingsperikelen op m'n (part-time)werk en alle daarbij horende opstartproblemen. Een maand van stress, slaaptekort en veel kopzorgen. Het is even niet anders.

De moestuin:

Veel tijd om in de moestuin te werken had ik daarom niet deze maand, het was gewoonweg té druk op m'n werk en m'n hoofd stond er niet naar. Heb eigenlijk alleen het afval van de opruimwoede uit oktober verwerkt en afgevoerd. Wel de kas nog helemaal leeg getrokken en schoongemaakt, waar ook zolang de net opgegraven dahliaknollen konden drogen voordat de vorst ze te pakken zou krijgen. Maar meer zat er eventjes niet in.

De kippetjes:

De kippen gaan goed. Popo, de bruine kip, is nu bijna door haar rui heen. Al haar veertjes zijn weer diep donkerbruin behalve op de basis van haar staart waar nog een kransje van lichtere (oudere) veren zichtbaar is. Echt heel koud zal ze het niet meer krijgen, vermoed ik.
De meeste veertjes in het hok zijn grijskleurig en dus van Fops. Pas deze maand is ze gestopt met het legen van eitjes, wat toch nog ruim 1,5 maand later is dan vorig jaar. Ik denk/hoop dat dat door het gefermenteerde kippenvoer komt wat ze sinds dit jaar te eten krijgen. Ze zijn er ook helemaal dol op.
 
Je zou trouwens denken dat Fops inmiddels dus wel zo half kaal zou moeten zijn met al die losgelaten veren maar het tegendeel is waar. Hoewel ze wel iets verfomfaaider oogt en een kalig kalkoennekkie krijgt ziet ze er nog opvallend bedekt uit. Ik hoop maar dat er geen grote kale plekken vallen als straks de strengere vorst om de hoek komt kijken. Vooralsnog lijkt ze niet erg onder de indruk, al vond ze de dagenlange regen maar saai.

Huishouden:

Op huishoudelijk gebied was er wel een uitzonderlijk feit te melden want ik kreeg het tijdschrift Landleven op bezoek. Eerst in de vorm van Otto, de fotograaf. En later van Angela, die het interview aflegde. Het thema waar ze mij een poosje terug al voor gevraagd hadden was voor het aankomend maartnummer wat grotendeels over de voorjaarsschoonmaak zal gaan, in mijn geval vroegen ze specifiek naar het ramen wassen.
fotografie: Otto Kalkhoven
Ze hadden november gekozen voor het maken van de foto's omdat het qua licht het meest 'maarts' zou voelen, maar linksboven op bovenstaande foto kun je aan het laatste druiventrosje zien dat we toch echt nog in het najaar zitten. Ondanks alle regenbuien brak die dag net even het zonnetje door, ook erg fijn. En afgezien van Raafje op de foto zijn er meer huisdieren op de gevoelige plaat terecht gekomen, was erg gezellig allemaal. De hoeveelheid sop op de foto is trouwens meer voor het fotografische effect dan dat het helemaal realistisch is maar dat mag de pret allemaal niet drukken. Voor mij was het even een welkome afleiding in een enorm drukke tijd.
Hoe het complete eindresultaat gaat worden moet ik verder zelf ook nog even afwachten. Weet alleen dat het waarschijnlijk 4 pagina's gaan worden met een uiteenzetting van ramen wassen op Grootmoeders Wijze. Leuk he? We gaan het zien in maart!

Sowieso heeft de 2x per wekelijkse poets in huis niet enorm te lijden gehad onder mijn drukke werk elders. Gek genoeg gaf het me zelfs rust en houvast, als een noodzakelijk iets om je hoofd mee leeg te maken (en je huis juist schoner.) Ik blijf erbij dat het veel fijner poetsen is als het qua vuiligheid nog niet uit de hand is gelopen. Het werk is lichter, het resultaat sneller. En echt, niets fijner dan thuiskomen in een opgeruimd huis als je hoofd vol en hectisch is. De twee ochtenden in de week die ik daarvoor heb ingepland hou ik standvastig vrij van andere zaken. Bijna als een soort heilige maatregel om op die manier de inwendige drukte niet te reflecteren op m'n eigen huis.

Op de koude novemberavonden ging het kacheltje aan met een lekker luchtje. Zo gemoedelijk en huislijk wordt het daarvan, vooral met allemaal slaperige beestjes rondom. We stoken niet buitengewoon vaak, een paar keer per maand, dus dat kacheltje voelt nog steeds speciaal. Het is ook zo'n heerlijke warmte. Zulke avonden mogen van mij 2x zo langzaam gaan dan ze feitelijk doen, maar helaas lijken ze juist sneller te gaan. Misschien ligt dat ook aan m'n jachtige hoofd, al merkte ik gelukkig ook dat tegen het eind van de maand de drukte niet zozeer minder maar wel beter behapbaar werd. Kon het af en toe beter van me afzetten.

Zo kon het ook gebeuren dat ik tegen het einde van de maand eindelijk even de rust nam om een paar sokken af te breien die al eindeloos lang lagen te wachten op dat laatste loodje. Het zijn extra lange geworden en dat komt goed uit want december zit om het hoekje. Dan is niets fijner dan eigen gebreide warme sokken, wist je dat?

vrijdag 1 december 2017

C: Ga toch fietsen

In de jaren '80, toen het nog stikte van de buttons, gaf m'n moeder me er ooit eentje met het opschrift: "Ik fiets, stil en schoon". Dat was uiteraard een soort anti-auto/pro-milieu-button, maar m'n moeder vertaalde het iets anders. -Stil- was voor haar eerder een associatie voor -sereen- en het woord -schoon- betekent in het Belgisch/Brabants ook wel -mooi-.  Het opschrift ging voor haar dus eerder over een statige manier van fietsen. Stil en schoon...rechtop, gedistingeerd, waardig, esthetisch.
Ik vermoed dat ze het aan me gaf om me aan m'n houding te herinneren, om trots en rechtop door het leven te gaan, zelfs op de fiets. Gek genoeg had dat ook inderdaad effect destijds. Soms rechtte ik tijdens dagelijkse fietsritjes opeens zelfbewust m'n rug, adellijk probeerde ik daarnaast in een zo recht mogelijke lijn te sturen en fluisterde zachtjes tegen mezelf: "ik fiets.... stil en schoon".

In Nederland zit fietsen, naast lopen en zwemmen, zowat in ons basispakket qua vaardigheden die je zo snel mogelijk moet leren. En hoewel ik niet echt een fietsfreak ben geworden, in de zin dat ik er sportief of recreatief buitensporig veel gebruik van maak, is een fiets iets wat er als gebruiksmiddel gewoon bij hoort. Punt. Het is een handig, goedkoop en milieubewust vervoersmiddel en alles wat in een afstand van pakweg 5 km zit wordt hier zoveel mogelijk op de fiets gedaan, mits weersomstandigheden of ballast het toelaten. (En dat kan behoorlijk zijn.)

Nu is het zo dat ik qua woon-werk verkeer óók die regel had. Mijn werk bevond zich net binnen de 5 kilometer dus over het algemeen was het voornemen om dat gewoon op de fiets te doen. Nu hád ik soms zware pakken klei te vervoeren, of kwetsbare werkstukken, dan ging ik heel luxe met de auto die ik ook nog eens gratis en zowat tégen m'n lokaal aan kon parkeren. Als het extreem koud, nat of winters was zag ik het ook niet altijd zitten om 's avonds laat nog op m'n fietsje naar de cursussen te trappen. En heel soms was ik gewoon een beetje lui, of oprecht moe, of té laat om met de fiets te gaan. Het resultaat was vaak een beetje 50-50.

Dit jaar is m'n werk echter verhuisd. Vérder weg aan de andere kant van het centrum. Ook zijn m'n uren uitgebreid wat betekent dat ik vaker op en neer moet (op een dag). Met de auto gaan klinkt aanlokkelijker maar gratis parkeren is weer een stuk omslachtiger en veel verder van het nieuwe gebouw af. Betaald parkeren tikt weer zo aan. Ik zat eventjes met een soort dilemma. Ik wíl graag fietsen, vanwege het milieuaspect alleen al, of de altijd aanwezige goede voornemens qua conditie etc, maar 2 uur op een dag vind ik wel wat veel, vooral als de helft daarvan 's avonds in het donker is, door deels afgelegen stukken.

Het antwoord kwam echter onverwacht deze zomer. Ik ging een paar dagen met de hondjes naar Vlieland om een vriend te bezoeken en mocht daar zijn fiets lenen, een elektrische fiets ook nog. Oh, jongens... een elektrische fiets!! Ik was er altijd een beetje neerbuigend over geweest, tenminste, als fiets voor mensen van mijn leeftijd. Kom op, we zijn toch nog niet bejaard, of wel?!?
Maar werkelijk, nog geen 5 minuten op die fiets en ik was helemaal om, wát een zaligheid!
Ik heb de dagen daarop elke keer een hele lange fietstocht gemaakt, over de knisperende schelpenpaden, door winderige duinen, kriskras dat eiland over met rennende hondjes aan m'n zij. Pauzes op verlate stranden, op stille bosbankjes. Het waren de heerlijkste dagen van het jaar en die fiets maakte het alleen maar mooier. In plaats van je de tering te trappen kon je heerlijk genieten van de zeewind, van de weidse uitzichten, van de gezonde buitenlucht zonder verder extreem vermoeid te raken.

Eenmaal weer thuis, en na een zomer sparen, hakte ik al gauw de knoop door. Ondanks dat ik nog lang niet bejaard ben kocht ik tóch als verjaardagscadeau voor mezelf een heuse elektrische fiets. Eentje specifiek voor woon-werk verkeer, een prachtig transportmodel en bijna identiek aan mijn vorige, gewone, fiets. Ik vind 'm geweldig. Nu ik 'm ongeveer 2 maanden volop in gebruik heb kan ik alleen maar beamen dat het de perfecte oplossing is. M'n reistijd scheelt ongeveer 40% vergeleken met een gewone fiets (zelfs met minimale ondersteuning) en is daarmee heel doenbaar. Ik kom ook niet vermoeid en bezweet in de lessen aan. En 's avonds, als ik laat weer naar huis ga, sjees ik over de lege fietspaden weer gauw naar m'n bedje toe. Nog mooier, ik heb al 2,5 maand niet meer hoeven tanken want m'n auto staat veel meer stil.

En als ik zo fiets, met dat denkbeeldige windje in m'n rug die de scherpe kantjes ervan af haalt, recht ik regelmatig m'n rug, kijk fier voor me uit en denk: "Ik fiets....stil én schoon." Nog steeds.


zaterdag 11 november 2017

C: de heemstede in oktober

Hoewel ik pas halverwege oktober op het idee kwam om een maandelijkse update te geven over de heemstede hier en ik dus niet alles netjes met de camera had vastgelegd, wilde ik het toch niet overslaan. Het is zo'n sleutelmaand tussen zomer en herfst waarin veel gebeurt dat ik die niet wilde onthouden. Geeft me misschien meteen de gelegenheid om het concept eens rustig uit te proberen.
Als je niet precies weet wat een heemstede inhoudt kan je eerst deze blogpost uit augustus eens lezen. Zelf kan ik daar dan nog bij vermelden dat ik dus niet in een idyllisch boerderijtje op het platteland woon met wat koeien en een geit (helaas) maar gewoon in een rijtjeshuis en met een part-time baan in de stad. Toch hoeft dat geen reden te zijn het heemsteden niet op te pakken. En dat is precies wat ik met deze maandelijkse update wil laten zien. Het leven van een part-time urban heemsteder!

Dagelijks ritueel:

Mijn huishouden bestaat uit twee katten, twee honden en twee krielkippen (en één man). Inderdaad in een gewoon doorsnee rijtjeshuis met dito achtertuintje. Ik heb wel het geluk dat ik tegen een stuk overgangsland tussen dorp en stad woon met veel weilanden en héél erg dicht tegen een bos aan. Het gevoel van natuur is dichtbij. Het grote voordeel van de hondjes is dat ze me een dwingende reden geven vooral heel vaak en lang in dat bos te wandelen. In weer en wind. Die wandelingen geven automatisch een verbondenheid met de natuur, het weer, de wisseling van de seizoenen. Voor mij een haast onvervangbaar ritueel. Het bos geeft beweging, geestelijke ontspanning, sociale contacten maar in oktober ook oogst in de vorm van kastanjes, noten en paddestoelen.
Iedere ochtend, als ik terugkom van het uurtje bos verzorg ik ook meteen de kippetjes. Ik maak de mestplank schoon, geef ze te eten en blijf vertederd een poosje naar ze kijken. De kippetjes geven me het instant boerderijgevoel aan huis. Met een beetje fantasie boor je zo met gemak echt wel je innerlijke boerin aan. Voor het 9:00u. is heb ik zo iedere dag m'n portie frisse lucht en plattelandsgevoel al binnen en kan ik vol frisse moed aan de dag beginnen.

De moestuin:

Mijn moestuin huur ik bij een volkstuinencomplex en ligt dus niet in m'n eigen achtertuin. Daar zit een klein nadeel aan want ik kom er dus zeker niet elke dag. Wat zeg ik, niet eens per se elke week. En soms zijn er periodes dat ik er zelfs een maand niet kom. Je zou zeggen dat dat in de winter voorkomt, maar dit jaar viel zo'n maand dus ook in de zomer. Niet handig. Het kwam een beetje door omstandigheden zoals drukte en ziekte, maar ook een zekere mate van laksheid zat er op een gegeven ogenblik bij. De eerste dag van oktober brak ik maar eens met die gewoonte en vond de moestuin genadeloos in volle verwildering.

Aaaaghrr. Dat was tegen beter weten in tóch wel schrikken hoor! Zo'n confrontatie met de werkelijkheid. Het pad was zo goed als onbegaanbaar, het onkruid kniehoog. Wat had ik dan gedacht? Tijd voor actie, en vlug!

Ik had het geluk dat m'n werk in de stad nog niet was begonnen vanwege een grote verbouwing en aankomende verhuizing dus had alle tijd om eens flink tekeer te gaan in de moestuin. Eindelijk weer pas op de plaats en grip op de zaak. Uren en uren heb ik daar doorgebracht maar uiteindelijk kwam er toch weer lijn in, en rust. En keerde ik meermaals terug met oogst in de vorm van aardappelen, tomaten, gember, paprika's, spinazie, prei, wat bramen en frambozen. En bossen vol dahlia's.

De keuken:

Iets later dan normaal kwam ik dit jaar pas in oktober toe aan het maken van druivensap van eigen druifjes uit de achtertuin. Ik heb daar een sappan voor en dat werkt echt heel makkelijk. Toch kwam ik nu qua tijd niet verder dan één sessie en dat gaf 6 volle flessen voor de voorraadkast deze winter. De rest van de druifjes lieten we hangen voor de vogeltjes of plukten we ter plekke voor vers fruit.

Wel een typisch werkje voor oktober was het rapen, pellen en invriezen van tamme kastanjes uit het bos. Zo'n cadeautje vind ik dat toch altijd weer. En echt herfstgevoel-opwekkend. Jammer genoeg heeft onze gemeente vorige zomer een aantal van de kastanjebomen gekapt (stom én zonde!) maar ik hoef dan ook niet m'n hele vriezer vol te leggen. Geen foto's van gemaakt maar kijk zeker even voor het hoe-en-wat bij m'n eerdere blog hierover

En wat was het bos overladen met paddenstoelen dit seizoen!  Af en toe zag ik een mooie boleet die ik meteen bij thuiskomst opat in een omeletje. De hele keuken ruikt dan naar herfst. Kijk wel uit met paddenstoelen en verzeker je ervan dat je weet wat je plukt, zie ook hier.

De mispelboom die ik vorig jaar in m'n achtertuin plantte zou deze maand trouwens vruchten hebben moeten geven, maar helaas zit dat er dit eerste jaar nog niet in. De takken hebben wel allemaal blad gekregen (en leven dus) maar wellicht was alle kracht en energie nodig om goed aan te slaan. Nog een jaartje geduld dus.

Huishouden:

Oktober verliep wisselvallig op allerlei fronten. Hier in het zuiden van het land zelfs even een kleine stuiptrekking qua temperaturen die ver over de 20 graden gingen. Die dagen heb ik veel wassen gedraaid en ben met de hondjes gaan zwemmen in een plaatselijk vennetje. Het laatste restje vrij zomergevoel, wat enorm luxe voelde zo laat in het jaar. Maar halverwege sloeg het om.

Mijn werk in de stad startte weer en was drukker dan ooit vanwege een uitbreiding van uren en het gegeven dat ons bedrijf voor de helft moest verhuizen naar een nog niet helemaal opgeleverde verbouwde locatie, in combinatie met het onherroepelijk starten van een nieuw cursusjaar. 
Dit wist ik allemaal natuurlijk al een hele poos en het was een van de redenen geweest waarom ik afgelopen zomer de Grote Groene Poets thuis was begonnen. Nu was de tijd ook echt aangebroken waarin ik de beoogde voordelen van een schoon en opgeruimd huis kon ervaren. 
Het ging ook precies zoals ik had verwacht. Terwijl ik op m'n werk op hectiek en onverwachte verhuisproblemen stuitte en met een vol stressig hoofd na een avondles naar huis fietste, wachtte daar een heerlijk overzichtelijke plek om bij te komen en op te laden. Ik hield me keurig aan een schoonmaakrooster (die dus inmiddels gelukkig voornamelijk bestaat uit bijhouden in plaats van genadeloos vanuit achterstallig onderhoud moeten opruimen en schoonmaken) en kon niet gelukkiger zijn met alle structuur die ik voor mezelf had gecreëerd. Het scheelde een hoop irritatie en ongemak in een periode dat je toch al moe en druk bent. Opzet geslaagd! Die houden we erin.

De levende have:

De kippetjes gaan goed. Ze zijn nu wel al een tijdje op rantsoen gezet want ik ga echt wel proberen om Popo wat minder dik te krijgen. Ze krijgen nu alleen nog maar het gefermenteerde kippenvoer 's ochtends, en 's middags een klein handje harde granen. En onbeperkt groenvoer. Maar niets meer tussendoor.
Mijn euforie van afgelopen zomer waarin ik dacht dat Popo eindelijk weer eitjes was gaan leggen bleek toch niet het geval te zijn, helaas. De eitjes waren bij nader inzien en ooggetuigenissen toch echt alleen van Fops. (GeFopsfopt dus) Die op haar beurt trouwens enorm opleefde. Al gauw had ze geen last meer van dat wazige blauwe kammetje en haar lichte benauwdheid, dus ik denk dat het zeker iets met overtollige eiwitten te maken heeft gehad. Ze legt nu in oktober nog steeds, wat ze eerder ook nooit deed.  Popo daarentegen plant de oktobermaand in om te ruien. Het hele hok vol bruine veertjes. Kan ze straks weer mooi en nieuw de winter in.

En verder glijden we zo behoedzaam verder de herfst in. De poezen zoeken steeds meer de warme plekjes op, de hondjes spelen met de bladeren en houden hun neus hoog in de lucht om alle veranderlijke luchtjes goed te kunnen vangen. Nog even en de eerste kachel gaat aan, komt de donkerte binnen en kruipen we gezellig tegen elkaar aan. 
Ik zet nog maar eens een gouwe ouwe op om de nostalgische sfeer wat aan te dikken, Gerard van Maasakkers. Zijn LP's stonden vroeger bij m'n ouders regelmatig op want hij is onze regionale troubadour. Hij heeft zelfs een liedje specifiek over oktober.

vrijdag 3 november 2017

C: Hondentaal


Iedereen die honden heeft weet dat daar een zekere mate van opvoeding bij komt kijken, en wellicht ook dat dat bij de ene hond makkelijker gaat dan bij de andere. In dat opzicht zijn het net kinderen, maar dan met een vachtje. Zelf ben ik van huis uit opgegroeid met honden om me heen (én katten overigens) en heb ik bijna op de dag af 17 jaar geleden zelf m'n eerste hondje gekocht. De laatste negen jaar lopen hier zelfs 2 hondjes door m'n huis (én katten) maar toch beschouw ik mezelf nog steeds niet als een expert. Mijn honden zijn niet helemaal zonder probleemgedrag, ondanks hondencursussen, personal trainers en talloze afleveringen van Cesar Millan- de hondenfluisteraar. Is het misschien omdat ik niet helemaal een écht hondenmens ben? In het hele "honden- versus kattenmens debat" sta ik namelijk aan de kant van illustrator Dick Vincent:
Afbeeldingsresultaat voor dick vincent the best people
Maar eigenlijk denk ik niet dat het daaraan ligt. Na al die jaren ben ik dus maar tot de veronderstelling gekomen dat ik, met al m'n wetenschap en goede bedoelingen, ook maar gewoon een mens ben, net als dat de hondjes ook maar gewoon hondjes zijn. We leven samen, we doen ons best maar niemand is blijkbaar helemaal perfect. Daar zit wat in, toch?  
Maar afgelopen zomer kwam er opeens toch weer een nieuwe poging tot heropvoeding voorbij, in de vorm van informatieve videofilmpjes op YouTube. Van een man die me meer inzichten gaf dan welke eerdere cursus dan ook, en eentje die meer vruchten afwerpt dan ik had durven verwachten. Ik zal er hieronder meer over vertellen want haast niemand die ik ken heeft ooit van deze meneer gehoord, daar moet mijns inziens verandering in komen. Maar eerst even kort iets over m'n 'eigen' hondjes, voordat jullie denken dat dat vreselijke beesten zijn.

Nounouk, Balou, Palouki, Tapas, Doka, Raafje, Bashu en Spence:

 

Nounouk en Balou, moeder en dochter, zijn de honden uit m'n jeugd. Als ik terugga naar m'n vroegste herinneringen zijn zij nooit ver uit de buurt. Palouki kwam na de dood van Balou. Alle drie waren het zwarte riesenschnauzers, mét hangoren. Iets wat in die tijd (eind '70 begin '80) een zeldzaamheid was.
Ze waren groot en zwart en dat is voor kinderen vaak afschrikwekkend, maar deze honden waren lief en rustig en aanhankelijk. Ik kroop bij ze in de mand, of zij kropen bij mij op schoot. Ik heb van hen geleerd dat honden voor troost, gezelschap en gezelligheid zorgen. Ze waren net zo goed onderdeel van het gezin als wij. Zij legden de solide basis voor mijn hondenliefde.

Tapas was m'n eerste eigen hondje. Ik kocht haar in 2000 als pas-afgestudeerde, vrijwel meteen na m'n eerste sollicitatie toen duidelijk werd dat ik part-time zou gaan werken en dus tijd had voor een eigen hondje. (M'n eerste kat had ik toen al een aantal jaar.) Ik koos bijna vanzelfsprekend voor een schnauzer, alleen werd het vanwege allerlei financiële en praktische redenen een dwergschnauzer ipv een riesen. (En dus even groot als een kat.) Tapas was in allerlei opzichten HET perfecte hondje. Ze was makkelijk, rustig, volgzaam en superrrrrrlief. Ze had het vermogen om ieders hart te smelten, zelfs die van verstokte hondenhaters. Ook het ideale visite hondje. Ik heb haar jarenlang stiekem mee naar m'n keramieklessen gesmokkeld waar ze stilletjes in een mandje op de verwarming lag en steevast thuis kwam met witte vegen van alle kleihanden die haar geaaid hadden.

Tapas leerde me dat het heerlijk was om lange dagelijkse wandelingen te maken, wat ik tot op de dag van vandaag nog steeds doe, ze leerde me ook over verantwoordelijkheid en zorg en alle consequenties die daarbij horen. Ze kreeg één pup, Bashu, die bij m'n ouders ging wonen maar ook half bij ons hoorde. Ze stierf na 11 jaar in m'n armen en dat was de verdrietigste dag van m'n leven. Bashu is deze zomer op 14 jarige leeftijd gestorven.

Begin 2008, toen Tapas 7 jaar was, kwam er een tweede hondje bij, Doka. Dat was een beetje de 'schuld' van m'n schoonmoeder. Zij ging met pensioen en wilde toen net zo'n hondje als Tapas hebben waardoor we samen op pad gingen om een nestje te bekijken. Dan hang je natuurlijk. M'n schoonmoeder kocht een reutje, Spence, en ik kwam thuis met het zusje Doka. 
Of het nu kwam omdat Doka niet van een officiële fokker kwam maar daarentegen uit een gelegenheidsnestje van een ouder echtpaar, Doka was duidelijk anders. Haar bouw is atletisch en slank en haar karakter gevoelig, nerveus en schrikachtig. Voor het eerst werd ik geconfronteerd met een hondje dat niet zo makkelijk was. Zelf nog overtuigd van m'n uitstekende opvoedkwaliteiten (gezien het perfecte gedrag van Tapas) ging ik met haar vol vertrouwen op cursus en later zelfs naar een personal trainer in de veronderstelling dat haar bange gedrag het gevolg was van een klein trauma wat overwonnen kon worden. Maar in retrospectie denk ik dat wij destijds niet genoeg hadden ingezien hoe hypergevoelig ze van nature was. Een van de ideeën toen was om haar juist met haar angsten te confronteren, hard geluid, plotselinge wendingen etc. Maar inmiddels weet ik door schade en schande gelukkig dat ze het best gedijt op vertrouwen en bescherming. 

Doka leert me om iedere hond als apart individu te bekijken en dat niet alle honden dus zomaar makkelijk zijn. Door haar ben ik me veel meer in gedrag gaan verdiepen, in die van de hond én in die van de mijne. Ze is nu 9 en ze is een hele wijze lieve hond, maar wel nog steeds met een teer zieltje.

De laatste aanwinst is Raafje, gekomen in 2012 een paar maanden na de dood van Tapas. Raafje is in veel opzichten anders dan Doka. Ze is heel ondernemend, dominant, speels, beetje brutaal en heel klein... maar ze kan ook vloeken als een bouwvakker! Een typisch klein opgewonden standje als ze een andere hond ziet, maar wat eigenlijk alleen maar bluf is, ze is niet happig ofzo. Ze was het enige teefje in het nest met 4 grotere broers en bleef behoorlijk achter in groei, maar bij de overdracht vertelde de fokker dat zij de baas was over allemaal. "Over deze maak ik me geen enkele zorgen, die redt zich wel" zei hij nog.
Het feit dat ze zo superklein is maakt dat al dat blaffen en grommen er eerder komisch uitziet dan afschrikwekkend en de meeste mensen raken er alleen maar meer door vertederd. Ze is ook echt té koddig voor woorden. In huis is ze heel rustig, maar O wee als er iemand binnenkomt. Doka doet van lieverlee ook maar mee. Nu zijn schnauzers van nature waakhondjes, maar je kunt ook overdrijven.

Raafje leert me dat rangorde bevochten wordt en zij zichzelf best wel bovenaan ziet staan. Het eerste hondje dat me echt uitdaagt en zorgt voor veel leven in de brouwerij. Zoals ik bij Doka haar zelfverzekerdheid moet laten groeien, zo gaat het er bij Raafje om dat ik haar moet leren haar energie te kanaliseren. Maar in beide gevallen is dat niet zomaar gedaan, tenminste, niet naar mijn ervaring. Het vergt finesse, timing en een vooruitziende blik. En een behoorlijk stuk inzicht wat mij op cruciale momenten kennelijk tot dusver ontglipt.

Doka en Raafje

Martin McKenna, the dreadlock dogman.

Al met al ging het zo redelijk goed met ons en de hondjes, niet optimaal maar zeker ook niet beschamend, we kabbelden zo lekker voort. Maar afgelopen zomer kwam er plots toch een ommekeer in mijn inzicht qua interactie met de honden. Iemand die werkt met getraumatiseerde honden wees me namelijk op de methode van Martin McKenna, ook bekend als de "dreadlock dog man". Ik had nog nooit van hem of zijn methode gehoord. Hij is ook niet zo heel bekend in onze contreien en al zeker niet erg commercieel. 
Maar wat ik erover hoorde zorgde ervoor dat ik dezelfde avond nog op zoek ging naar meer informatie. Op internet vond ik een verwaarloosde blog, een overvolle Facebookpagina en een paar YouTube filmpjes. Niet erg systematisch maar genoeg om een beginnetje mee te maken.
Nu is Martin een beetje een uitzonderlijk figuur, in zijn voorkomen, zijn gedrag en zijn voorgeschiedenis waarin hij jarenlang samenwoonde met honden en hun taal leerde. Hij heeft een sterk Iers accent, woont in Australië en zijn filmpjes zien eruit als schokkerige homevideo's. Niet altijd is het beeld of geluid goed. Maar ondanks dat trok zijn boodschap me wel aan, het voelde oprecht en aannemelijk. 
Het staat in ruw contrast met de gelikte afleveringen van Cesar Millan, maar die van Martin McKenna geven mij persoonlijk veel meer handvatten als het gaat om het echt begrijpen van hondengedrag en de signalen die ze afgeven. En ook over meer alledaagse honden en hun alledaagse problemen.


Inmiddels heb ik ontdekt dat op zijn YouTube kanaal er vanaf 1 augustus wat overzichtelijker video's worden geplaatst over zijn methode die hij "The Game" noemt, onder de noemer "Dreadlock dog TV". Start dan bij episode 1 en je hebt meteen voor uren aan materiaal voor je kiezen. (Die zijn op dit kanaal overigens overzichtelijker te zien dan op zijn Facebookpagina, waar je ze ook kunt vinden.) Ook hier zijn de video's kwalitatief niet van hoog niveau qua beeld en geluid, maar als je daar doorheen kunt kijken dan vindt je een schat aan informatie.
Overigens, hij heeft ook twee boeken geschreven. Zie hier en hier. Ik heb ze zelf niet dus kan daar niet veel over zeggen maar ik veronderstel dat informatie daarin wat systematischer gegeven wordt.

Raafje met een van haar broers, even oud!

The Game:

Het is onmogelijk om helemaal uit de doeken te doen wat zijn methode precies behelst maar kort gezegd gaat Martin McKenna ervan uit dat honden continu met hun gedragingen (taal) aan het peilen zijn waar ze staan qua dominantie in de roedel. Ze dagen uit en controleren, vaak met hele kleine testjes die wij als mensen niet eens zozeer doorhebben. Dit zorgt voor een soort puntensysteem. Sommige gedragingen levert ze in één klap veel punten op en andere maar weinig, en door sommige gedragingen verlies je punten.
Ook wij als baasjes worden op deze manier getest en omdat we vaak niet doorhebben dat het een onderdeel is van "the Game" kunnen we zo ongemerkt dus punten verliezen. Uiteindelijk kan dat leiden tot allerlei probleemgedrag bij honden omdat ze niet meer naar ons luisteren. In de ogen van de honden hebben we een té lage score om nog een leidend baasje te zijn.
Op zijn Facebook pagina geeft hij 25 klassieke manieren die honden gebruiken om zelf meer punten te kunnen scoren, en manieren waarop je zelf weer punten kunt terugwinnen. Het nadeel van Facebook vind ik alleen dat je steeds continu omlaag moet scrollen om iets te kunnen vinden. Het is lastig zoeken. Wellicht dat dat dus beter in zijn boeken terug te vinden is.

Afgezien van dat puntensysteem vind ik vooral ook de communicatielessen tussendoor interessant. Er is een grote rol weggelegd voor de positie van je kin bijvoorbeeld, wist je dat? Maar ook krijg je inzicht welk gedrag door honden als beleefd of bedreigend wordt ervaren.
Wat wij (als apen) beschouwen als knuffelen en liefde wordt door honden (wolven) heel anders vertaald. De reacties die zij daarop geven betekenen voor honden ook weer iets anders dan hoe wij ze vervolgens weer opvatten. Wat kunt je doen met enkel je gezicht en lichaamshouding om een hond weer rustig te krijgen? Wat zijn gedragingen waarvan honden onder de indruk raken? Het zijn allemaal hele praktische tips die je meteen kunt toepassen. Als je geïnteresseerd bent in hondengedrag is dit zeker de moeite waard om te onderzoeken.

Raafje, Bashu en Doka




Zelf ben ik met Doka en Raafje, naast kleine aanpassingen in omgang thuis, nu vooral aan het trainen in het bos. Het vervelende gedrag dat ze hadden om luid blaffend op een andere hond af te rennen (Doka vanuit een soort compensatiegedrag voor haar onzekerheid als een soort aanval-is-de-beste-verdediging, en Raafje uit pure brutaliteit en hyperactiviteit) heb ik nu af en toe helemaal onder controle (en dat terwijl ze niet aan de lijn lopen, hoe knap is dat!) en dan ook nog zonder stemverheffing of dreigen welteverstaan. Het geeft hoop dat ik al af en toe al in staat ben zulk soort momenten voor ons allemaal in complete rust te laten verlopen. Om te zien dat Doka ervoor kiest om me te vertrouwen en Raafje besluit niet in een opgewonden standje te schieten is een enorm goed gevoel. 
Dus wat kan ik zeggen? Ik geloof in de methode van deze karakteristieke man, wellicht hebben jullie er ook wat aan.

dinsdag 17 oktober 2017

C: Onderhoud van de wormentoren.

Zeven jaar geleden kocht ik voor mezelf een wormentoren om zelf GFT te kunnen composteren in m'n eigen achtertuin. Destijds had ik nog geen volkstuin en op deze manier probeerde ik toch een soort van klein kringloopje te creëren met de minimale moestuinruimte die ik in m'n eigen achtertuin tot m'n beschikking had. En hoewel ik inmiddels al jaren wél een grote volkstuin heb gaat het eigenlijk nog steeds zo. De moestuinbakken (à 2,5 m2) aan huis krijgen hun compost van deze wormen (en een beetje van de kippen). De volkstuin heeft eigen compostbakken ter plaatse.
Het biologische afval wat hier uit de keuken komt wordt onderling verdeeld. Sommige dingen gaan naar de kippen, sommige worden opgespaard in een emmer voor de compostbakken op de volkstuin, en een gedeelte gaat naar de wormen. Zo blijven we lekker bezig.

Hoe werkt een wormentoren?

Ik heb een toren van "The Worm Works". Die bestaat uit een basiselement met een kraantje en daarnaast 3 vierkante stapelbakken en tot slot een deksel. Die stapelbakken hebben onderin een open raster die het vocht doorlaat en de wormen de mogelijkheid geeft tussen de bakken te migreren.
In de praktijk begin je met één stapelbak bovenop het basiselement. Daar maak je een startplek van vochtig materiaal en zacht voedsel en van daaruit voeg je steeds nieuw afval toe, tot de bak na verloop van tijd vol is. Uiteraard is de bak dan nog niet volledig verteerd dus zet je er een nieuwe stapelbak bovenop en gaat die vullen. Uiteindelijk verhuizen de wormen gaandeweg een verdieping hoger. Zo kun je nóg een stapelbak toevoegen en op een gegeven moment de onderste bak gaan oogsten.
Het vocht wat bij deze vertering vrijkomt (feitelijk pierenpies) sijpelt naar het onderste element en kun je aftappen. Dit vocht is uitstekende voeding om verdunt voor je planten te gebruiken.
Sowieso zeggen ze van wormen, in tegenstelling tot andere dieren, dat wat er uit hun achterste uitkomt rijker en van meer waarde is dan wat er aan de voorkant ooit inging. Iets in hun spijsvertering zorgt voor een sprankje magie. Mooier kan niet.

De oogst en schoonmaak:

Vandaag vond ik het hoog tijd om de wormentoren weer eens schoon te maken. Doorgaans doe ik dat eens per jaar. Afhankelijk van wanneer er een bak verteerd genoeg is om te oogsten.

Ik merkte nu vooral ook dat er meer wormen omhoog kropen en langs de rand van het deksel gingen zitten. Nu is dat in kleine mate geen probleem, maar als ze het massaal gaan doen dan is dat een teken dat ze het niet prettig hebben. Vaak omdat het té droog of té vochtig wordt. Dat wilde ik voorkomen. Tijd om de toren eens goed te inspecteren en opnieuw op te zetten, ook al had ik op dat moment nog steeds een stapelbak over om te gebruiken.
Trouwens, je ziet hierboven de paarse compostwormen (Eisenia fetida oftewel tijgerworm) maar ook witte kleine wormpjes. Die laatste heeft m'n man geïntroduceerd als fokwormpjes voor z'n kleine salamandertjes. Die twee kunnen prima naast elkaar bestaan. Die paarse wormen schijnen niet zo lekker te zijn. M'n kippen zijn er ook niet dol op. Normaal gesproken heb je in een wormentoren dus alleen die paarse.

Oké, actie. Niets lekkerder dan met je blote handen in een compostbak te wroeten. Als ik het bovenste voedsellaagje een beetje weghaal zitten direct daaronder hele kluwen aan wormen. Die wil ik natuurlijk wel behouden, dus die bovenste laag met onverteerd voedsel en grote hoeveelheden wormen haal ik voorzichtig weg en leg die even apart in een emmer. De laag onder de bovenste laag bevat bijna alleen maar verteerd spul met minder wormen erin. De stapelbak eronder is helemaal verteerd. De bakken zet ik even apart.

Voor de schoonmaak maak ik eerst het basiselement schoon. Even goed doorspoelen zodat het kraantje goed doorloopt. Ik heb dat kraantje trouwens standaard open staan met een flesje eronder om het vocht af te voeren. Dat is wat makkelijker te controleren en zo zal er nooit een zwembadje ontstaan.

Onderin de eerste stapelbak leg ik altijd vliesdoek. Dit om te voorkomen dat er kruimels verteerd compost doorheen vallen die het kraantje verstoppen, maar ook om ervoor te zorgen dat er geen wormen doorheen kruipen die daarna maar moeilijk weer vanuit de loze ruimte terug kunnen. Ik wil dat hier alleen maar vocht doorheen kan. (De volgende stapelbakken krijgen nooit vliesdoek want dat zou het migreren van de wormen onmogelijk maken.)

Vervolgens komt in die eerste stapelbak een mix van de allerbovenste laag die ik net even apart had gelegd in een emmer (met de grootste hoeveelheid aan wormen erin en nog een beetje onverteerd voedsel van afgelopen maand) en een nieuwe startplek. In dit geval zijn dat aan repen gescheurde vochtige kranten en wat nieuw zacht voedsel. Je kunt ook vochtig kokospeat gebruiken. Wormen houden van donkere vochtige voedselrijke en rustige plekken. De kranten hebben even in het water gelegen maar zijn daarna goed uitgeknepen en uit elkaar getrokken. Vochtig is niet hetzelfde als nat!

Normaal gesproken ben je er dan eigenlijk al. Deksel erop en klaar! In die eerste bak kun je nu weer gaandeweg voedsel gaan toevoegen en de inhoud van de overige bakken gaan gebruiken om als oogst over je moestuinbakken te strooien.
Maar meestal laat ik die verteerde compost eerst nog een paar dagen open en bloot, dus zonder deksel, bovenop de onderste bak staan. Dit om de verteerde compost wat droger te laten worden maar vooral ook om de wormen die er nog wél inzitten de kans te geven naar de voedselrijke bak eronder te migreren.
Let wel, dit doe ik maar voor een paar dagen want ik wil natuurlijk niet dat alles gaat uitdrogen. De bak staat overigens ook nooit in de zon. Zolang het licht is zullen de wormen lekker weggestopt in de vochtige duisternis in de bak blijven zitten. 's Nachts gaat daarom wel het deksel erop. Het is een paar dagen je aandacht erbij houden, en nogmaals, het hoeft niet per se zo, maar voor mij werkt dit beter.

Zo, klus weer geklaard, lekker gevoel toch altijd weer. Alles schoongespoeld en klaar voor een nieuwe periode. Over een paar dagen gaat de bovenste bak eraf en de deksel er weer constant op.
Hier staat de toren direct bij de keuken-achterdeur onder een open afdak, onder een buitenaanrecht. Het is er schaduwrijk en rustig. In de winter, als de vorst intreedt, gooi ik er in eerste instantie een oude wollen deken overheen, maar als het erg vriezig wordt verhuist de toren tijdelijk naar de koele zolder. Zo houden we het al jaren samen uit, de wormpjes en ik. De meest gemakkelijke huisdieren in ons bestand!